Nationalen Voorleesdagen

Vaders moeten aan de bak: ze lezen veel te weinig voor

 

Veel ouders – en dan vooral moeders – lezen hun kinderen voor. Maar dat kan beter, vindt de Stichting Lezen, voorlezen moet gestimuleerd worden. Een heus voorleeselftal moet mannen aanmoedigen te gaan voorlezen.

Vandaag werd het ‘Vaders Voor Lezen’-elftal gepresenteerd door Erik van Muiswinkel in de Amsterdam ArenA. Onze verslaggever was daarbij. Hij hoorde vooral hoe leuk de vaders het voorlezen vinden.

“Als je je kind voorleest, dan gaat het niet tegenover je zitten, maar kruipt het tegen je aan”, zegt presentator Leo Blokhuis. “Dat samen iets doen is fantastisch.”

Uit onderzoek van de Stichting Lezen blijkt dat 60 procent van de ouders dagelijks voorleest. Maar er zijn ook ouders die helemaal niet voorlezen. Hoogopgeleide ouders lezen vaker voor dan laagopgeleiden. 

Ouders lezen meestal tussen de 5 en 15 minuten voor. En dat is te weinig, zegt de Stichting Lezen. Kinderen profiteren het meest als ze gemiddeld 20 minuten per dag worden voorgelezen. Op die manier wordt voorkomen dat kinderen met een leesachterstand naar de basisschool gaan.

Tips bij voorlezen: regelmaat is belangrijk en stemmetjes zijn niet nodig

Voorlezen is belangrijk, want daarmee voorkom je dat je kind een leesachterstand oploopt. Maar hoe doe je dat nou goed, voorlezen? Bekijk deze tips.

Voorlezen is belangrijk om te voorkomen dat kinderen met een taal- en leesachterstand naar de basisschool gaan. Daarom wordt het extra gestimuleerd met de campagne ‘Vaders Voor Lezen’, die voorlezen door mannen probeert te stimuleren.

  • Kies een vaste plek om voor te lezen. Maak die plek knus met kussens en knuffels en zorg voor zo min mogelijk afleiding. Kinderen houden van regelmaat, dus lees iedere dag op dezelfde tijdstippen voor. Bijvoorbeeld na het eten of voor bedtijd.
  • Hou rekening met de tijd, lees niet te kort voor. Uit onderzoek van de Stichting Lezen blijkt dat kinderen het meest profiteren van 20 minuten voorlezen per dag.
  • Lees het boek een keer door voordat je het gaat voorlezen. Het voorlezen gaat dan beter en je bent voorbereid op wat er gaat komen. Dan weet je wanneer er een moeilijk woord komt, een leuke grap of juist een verdrietig moment.
  • Stemmetjes bij versch​illende personages in het boek zijn niet nodig. Wel belangrijk:langzaam praten, goed articuleren en oogcontact zoeken met je kind. Dan komt het verhaal beter aan.
  • Wil je kind wéér worden voorgelezen uit hetzelfde boek? Herhaling is geen probleem. Jij bent het boek misschien beu, maar kinderen blijven hun lievelingsboek prachtig vinden.
  • Heb je moeite met het kiezen van een boek? Hou in je achterhoofd dat een boek best een beetje moeilijk mag zijn. Is het te makkelijk, dan haakt je kind snel af. Is het verhaal een uitdaging, dan blijft je kind geboeid.
  • Laat de keus van het boek samenvallen met de ontwikkeling van het kind. Is er een broertje of zusje op komst, kies dan een boek met dat thema. Is Sinterklaas weer in het land, kies dan een Sinterklaasboek. Gaan jullie bijna op zomervakantie, kies dan een zomers boek.
  • Komen er in het boek moeilijke woorden voor die niet duidelijk worden in de context van het verhaal, leg ze dan uit. Gebruik bijvoorbeeld een vervangend woord dat makkelijker is, of leg het uit met een plaatje.
  • Probeer ook interactief te zijn. Voorspel samen met je kind hoe het verhaal zal aflopen. En laat je kind de voorgelezen hoofdstukken na het lezen navertellen, om ervoor te zorgen dat hij of zij het echt begrijpt.

Leave a Comment