Dyslexie logopedie grave

 


Beschrijving Dyslexie

product_5Mensen met dyslexie hebben moeite metDyslexie Logopedie Grave lezen en/of spellen.

De definitie van dyslexie volgens Stichting Dyslexie Nederland (2008):
“een hardnekkig probleem met het aanleren en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau”.

Moeilijkheden met lezen en spellen geeft problemen met veel schoolse taken. Voordat kinderen leren lezen en spellen kunnen er al problemen zijn met de spraak- en/of taalontwikkeling. Specifieke risicofactoren voor dyslexie in de eerste jaren van de basisschool kunnen door (gespecialiseerde) logopedisten goed worden gesignaleerd en begeleid.

Het herkennen van lees- en/of spellingsproblemen
Niet alle kinderen met deze signalen ontwikkelen leesproblemen of zijn dyslectisch. Een vertraagde spraak-/taalontwikkeling en dyslexie in de familie hebben echter wel een zekere voorspellende waarde.

Algemene signalen & risicofactoren

  • In de familie komen lees-/spellingsproblemen of dyslexie voor
  • Er zijn/waren veel articulatieproblemen, het kind is (lang) slecht verstaanbaar (geweest)
  • Er is/was sprake van een zwak taalniveau, bijvoorbeeld: het kind spreekt in kromme zinnen, het kind kan niet ‘spelen’ met woorden (van losse lettergrepen langere woorden maken lukt onvoldoende), het kind heeft woordvindingsproblemen, het kind kan niet goed samenhangend uitleggen
  • Het kind heeft weinig belangstelling voor of zin in lezen, schrijven en taal in algemene zin
  • Er is sprake van leesvermoeidheid
  • Er is sprake van (het ontwikkelen van) faalangst
  • Er is sprake van een moeilijk leesbaar handschrift
  • Er is sprake van een trage verwerkingssnelheid van talige informatie
  • Er wordt thuis weinig voorgelezen

Signalen in groep 1 & 2 

  • Er is sprake van een matig fonemisch bewustzijn: zwakke auditieve discriminatie, synthese, analyse en onvoldoende rijmvaardigheden
  • Er is sprake van automatiseringsproblemen wat betreft namen (van klasgenootjes), kleuren, versjes/liedjes, dagen van de week en/of de cijfers 1 t/m 10
  • Het kind is niet geïnteresseerd in letters; vindt bijvoorbeeld het schrijven van de eigen naam niet interessant
  • De letterkennis is, ondanks veel oefenen, onvoldoende. Een te beperkte woordenschat beïnvloedt het leesproces negatief

Signalen in groep 3 & 4

  • Er is sprake van een matig fonemisch bewustzijn: zwakke auditieve discriminatie, synthese, analyse en onvoldoende rijmvaardigheden
  • Er is sprake van automatiseringsproblemen wat betreft de letters
  • Er is sprake van lang spellend of vroeg radend lezen en/of lezen met veel fouten
  • Het kind herkent de woorden visueel i.p.v. lezend en loopt vast in het leesproces
  • Het kind gaat niet meer met plezier naar school (i.t.t. groep 2)
  • Het kind heeft moeite de aandacht bij verbale informatie te houden
  • Het kind heeft moeite met het doorzien van woordstructuren: ‘storm’ wordt ‘strom’
  • Het kind heeft moeite met het toepassen van ritme en klemtoon tijdens het lezen
  • Er is sprake van het hardnekkig verwisselen van letters, bijvoorbeeld de [b] en de [d] (problemen met automatiseren)
  • Het kind leest niet graag hardop
  • Het kind komt niet tot stillezen
  • Er is sprake van problemen bij het onthouden van de tafels (problemen met automatiseren)
  • Het kind slaat vaak woorden over bij het lezen en/of laat delen van woorden of zinnen weg tijdens lezen
  • De groei van de taalontwikkeling neemt af a.g.v. een laag (technisch) leesniveau

Signalen in groep 5, 6, 7, 8

  • Er is sprake van traag lezen (spellend)
  • Er is sprake van radend lezen met veel fouten
  • Het lezen van losse woorden gaat aanmerkelijk slechter dan het lezen van teksten
  • Er is sprake van moeite met lezen van functiewoorden (bijvoorbeeld de, het, maar, want, wat)
  • Er is sprake van monotoon lezen
  • Het kind heeft een grote weerstand tegen leesbeurten
  • De leesmotivatie neemt af
  • Er is sprake van automatiseringsproblemen wat betreft de spellingsregels
  • Het kind maakt veel fouten in dictees
  • Het kind schrijft letterlijk op wat hij/zij hoort
  • Het kind corrigeert zichzelf niet of nauwelijks bij het maken van spellingsfouten (metacognitieve vaardigheden zijn onvoldoende)
  • Er is sprake van moeite met begrijpend lezen
  • Er is sprake van rekenproblemen (bijvoorbeeld het omdraaien van getallen boven de 10, problemen met de tafels en ‘verhaalsommen’)
  • Automatiseringstaken zijn lastig (bijvoorbeeld klokkijken, links-rechts)
  • Er is sprake van problemen met het onthouden van namen of het ophalen van namen uit het geheugen, bijvoorbeeld bij vakken als geschiedenis of topografie
  • Het kind heeft moeite met het lezen en volgen van de ondertiteling op televisie (vanaf groep 7)
  • Het kind heeft problemen met het uitvoeren van de hoeveelheid taken

Let op gedrag en/of emotionele problemen. Ouders en leerkrachten spelen bij het signaleren hiervan een belangrijke rol. Geadviseerd wordt niet te aarzelen met het inzetten van extra hulp in deze periode.

Behandeling

Logopedisten zijn vaak al in een vroeg stadium betrokken bij kinderen met dyslexie. Die zijn soms nog niet in het leesproces vastgelopen, maar vertonen al wel risicofactoren. Een vroege adequate begeleiding (onder andere met klanken en letters werken) kan dyslexie weliswaar niet voorkomen, maar verkleint wel de uitingsvorm ervan.

De behandeling door een (gespecialiseerde!) logopedist levert zo een grote bijdrage aan het voorkomen van leesproblemen en het verminderen van de gevolgen. Behalve logopedisten zijn er andere beroepsgroepen betrokken bij de diagnose en behandeling van dyslexie: Orthopedagogen, psychologen, remedial teachers. Logopedisten onderscheiden zich omdat zij de deskundigheid hebben van diagnostiek, indicatiestelling en therapie van spraak- en taalstoornissen.

Logopedie omvat specifieke kennis over fonologie en oproepsnelheid die nauw samenhangt met diagnostiek en begeleiding. De risicogebieden voor het leren lezen en/of spellen zijn het werkterrein van de logopedist. Met name zijn/haar signalerende en interveniërende rol bij de vroegtijdige opsporing van risicokinderen is groot. Ook bij het aanvankelijke en voortgezet lezen is een ondersteunende rol weggelegd voor de logopedist. Het einddoel van technisch lezen wordt gedefinieerd als ‘stil lezen met begrip’. Ook bij dit begripsmatige aspect van het lezen wordt het specifieke werkterrein van de logopedist aangesproken, namelijk de taalontwikkeling en de woordenschat.

Logopedisten zijn deskundig op het gebied van diagnostiek, indicatiestelling en behandeling van spraak- en taalstoornissen. Hiermee onderscheiden zij zich van de andere beroepsgroepen die zich met dyslexie bezig houden, bijvoorbeeld orthopedagogen en remedial teachers. Dit is in het bijzonder van belang omdat zij kennis hebben van de diagnostiek en begeleiding van factoren die met dyslexie samenhangen, zoals fonologie (herkennen van klanken) en oproepsnelheid.

In de behandeling wordt samengewerkt met de ouders en de school van het kind. Ook wordt rekening gehouden met de totale ontwikkeling van het kind en eventueel bijkomende problemen.